Ik ben Vlissingen

Regelmatig portretteer ik onder mijn twitteraccount @helgeprinsen in zeven tweets een Vlissinger op straat. Wekelijks verschijnt er ook een portret in de Vlissingse Bode.

Nico ‘Nicolientje’ Louwerse

Nico ‘Nicolientje’ Louwerse (68). Single. Geboren in Oost-Souburg. “Mijn vader was Zeeuw. Hij ontmoette mijn moeder in Soerabaja. Na de oorlog, tijdens de politionele acties.”

“Mijn voetstapjes lopen van Souburg naar Vlissingen. Zelfs met regen en storm moest ik naar Toko Mampirrrr voor boodschapjes. Thuis voelde ik me altijd het zwarte schaap.”

“Je moet ook niet over homo en lesbisch praten. Dan laat je gewoon iedereen in z’n waarde. Vroeger liep ik altijd in sarong. Ja ook op m’n fluitje blazen en ‘spetterrrrr’ roepen.”

“Dan kon ik los en vrij zijn. Was ik gelukkig. Zo happy als een kalfje of een veulentje. Maar nu ben ik ouder en heeft mijn badan, mijn lichaam, een klap gekregen door de ischias.”

“Bijna iedereen kent mij in Vlissingen. Er zijn er ook die het niet kunnen hebben dat ik een vreemde vogel ben. Maar binnenblijven is niet goed. Daarom ga ik er lekker opuit.”

“Om niet eenzaam te zijn. Eerst altijd naar Thee & Leut van Emergis. Dat is waar de Lidl stond. Daarna loop ik met m’n rollator meestal naar de stad. Kletsen bij de dierenwinkel.”

“De zomer zit in mijn bloed. Wij Indonesiërs voelen ons dan senang. Hee hallo Emiel…Kijk dat bedoel ik nou.. Die ken ik nog van zondagschool. Gewoon iemand die me groet.”

(Toeval bestaat niet. Een paar uur na het interview was er een ontploffing in de woning onder Nico. Via de ladder is hij -licht gewond- uit zijn huis gehaald en heeft hij een nacht in het ziekenhuis gelegen. Daarna is er opvang voor hem geregeld.)

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Jules van Gehlen

Jules van Ghelen (74). Getrouwd, 3 kinderen. Geboren in Heerlen. Woont nu in Rotterdam, maar komt al vanaf 1964 naar Vlissingen met zijn draaiorgel. Jules was toen 17 jaar.

“Ben erin opgegroeid. Op school heb ik nooit gezeten. Kan niet lezen, schrijven of rekenen. Tellen wel. Ja, je doet het op je eigen manier. Je hebt er eigenlijk geen erg meer in.”

“Vroeger draaide je met de hand. Kijk maar naar m’n tennisarm. Nu wordt het orgel aangedreven door een motor. De muziekboeken worden allemaal met de computer gemaakt.”

“Die zijn niet meer te tellen. Ik vind alle draaiorgelmuziek mooi. Ja, het orgel zit in je. Ik zou niet meer zonder kunnen. Vandaag zijn we hier weer voor het eerst na de corona.”

“We zeiden tegen elkaar: we gaan gewoon naar Vlissingen. Je hebt de ontheffing, dus je blijft komen hè. Vroeger elke week. Nu elke veertien dagen. Heel veel reacties vandaag.”

“We lopen in Vlissingen alleen rondjes in de binnenstad. Elke vijf minuten moet je verkassen. Nee, in de Scheldestraat mag het niet meer. Omdat die ‘buiten het centrum’ valt.”

“Kijk, ik mag dan wel geen Vlissinger zijn, maar je kunt toch wel zeggen dat mijn draaiorgel na al die jaren bij Vlissingen hoort. En zolang het nog gaat, blijf ik hier ook komen.”

Geplaatst in Ik ben Vlissingen

Lenie Binicewicz-de Ridder

Lenie Binicewicz-de Ridder (65). Weduwe, 2 kinderen. Geboren “op Havendorp”. “Een gezellige buurt met noodwoningen, waar veel mensen van Molukse afkomst woonden.”

“We zijn wel tien keer verhuisd. Allemaal in de binnenstad, waarvan drie keer in de Noordstraat. Begin jaren zestig stonden er alleen maar afbraakpanden in Vlissingen hè.”

“Daarom wilde m’n moeder steeds weg. Heel kort ook in de Ridderspoorlaan gewoond. Daar waren nieuwbouwhuizen. Maar dat vonden we niks. Véél te ver van het centrum.”

“Zelf ben ik niet zo’n verhuizer hoor. Ik woon al 36 jaar in de Bouwen Ewoutstraat. Toen had je toch nooit kunnen denken dat die nu een smeltkroes van allerlei culturen is?”

“Ik heb met iedereen contact. Polen, Marokkanen, Turken, Syriërs. De warmte ook van de mensen die met een maaltijd op de stoep stonden toen mijn man was overleden.”

“O ja, mijn hart en ziel liggen hier. Ik adem Vlissingen in. Ik loop elke dag m’n rondje over de boulevard en de groene boulevard. Gewéldig toch dat dat hier zomaar kan?”

“Natuurlijk heb ik ook kritiek. Zo erger ik me aan die witte tegels op het Scheldeplein. Die leg je op een tuinterras. Je mening geven mag toch? Ik hóu van Vlissingen. Daarom.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Jannie Huige

Jannie Huige (82). Weduwe, 2 kinderen. Geboren in ’s Heer Arendskerke. Kwam in 1958 naar Vlissingen toen haar man bij de Schelde ging werken. Oud-kantinejuffrouw HZ.

“Van een klein durpje naar de stad. Dan ging ik om vier ons brood. Dat kenden ze hier niet. Tegen dat soort dingen liep je aan. In het begin lag ik te brullen op bed. Echt hoor.”

“Totdat m’n kinders werden geboren. Toen die groter waren, werd ik aangenomen als kantinejuffrouw bij de HTS, later HZ. Altied met veeh plezier gewerkt. Moet je luusteren…”

“Ze spookten van alles uut ee, die studenten. Op vrijdag bleef er altijd wel een stelletje zitten. Dan was het: Jannie, ei je niks onder de kurk? Dus dan haalde ik toch wel wat hoor.”

“Zo gezellig en leuk. Ze deeën alles voe mie. Nog regelmatig kom ik oud-studenten of –docenten tegen. Dan zehhen ze dat ik niks veranderd ben en altijd hetzelfde bluuf.”

“Ach meid, ‘k heb zôveeh meegemaakt daar. Als er ’s avonds iets gebeurd was, wist ik het de andere morgen meteen. Kwamen ze eerst hun roes uitslapen in m’n keukentje.”

“Ik heb het nu stik naar m’n zin in Vlissingen. Een flatje in Ter Reede. M’n dochter vlakbij. ‘k Zou nooit meer terug willen. Gôh nee, echt nie. Ben hewoon een stadse geworden. ”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Enya van der Horst

Enya van der Horst (30). Single. Geboren in Vlissingen. Serveerster bij het Sintjacobscafé. Tatoeëerder. Kunsthistorica. Studeerde in Leiden af op het onderwerp tatoeages.

“Als kind was ik er al door geboeid. Vroeger was het iets van de zeemannen. Ik vind het interessant om te zien hoe deze kunstvorm steeds normaler wordt gevonden.”

“Tatoeages zijn van alle eeuwen. Wist je dat tussen 1800 en1900 ook veel adellijke dames zich, uit exhibitionisme, lieten tatoeëren op verborgen delen van hun lichaam?”

“De dagen dat ik vrij heb, besteed ik aan tekenen, ontwerpen en het ontwikkelen van mijn techniek. Stilzitten kan ik niet goed. Vakantie? Nee, nee. Werken, werken, werken.”

“Mijn droom is een eigen tattooshop. Vanaf de middelbare school zeggen ze al: daar kun je je brood niet mee verdienen. Misschien waar, maar als je iets graag wilt, dan doe je het.

“Dus na de zomer open ik hier aan de Oude Markt een privé-studio. Niet een waarvan de drempel hoog ligt, maar een fijne zaak waarin iedereen zich op zijn gemak kan voelen.”

“In Vlissingen is niks te gek. Je kunt helemaal jezelf zijn. Wel lijkt het me belangrijk dat we meer jongeren gaan trekken. Want de jongere generatie is de toekomst van onze stad.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Fred Borgs

Fred Borgs (65). Getrouwd, 2 kinderen. Geboren in Vlissingen. “De zevende van acht kinderen. Net geen kakkenestje.” Evenementencoördinator bij de gemeente Vlissingen.

“De spin in het web. Die functie heb ik zelf gecreëerd. Evenementen bestonden er in 1995 amper. Rond de zestig. Van klein naar groot. Op het hoogtepunt waren dat er 666!”

“Grootste uitdaging is dat je de baas bent zonder de baas te spelen. Ik ben een Vlissinger en versta de taal hè. Ben altijd blij als mensen zeggen dat ik geen ambtenaar ben.”

“Iemand vroeg eens aan mij of ik óók uit Vlissingen kwam. Ik zei: nou, het feit dat je dat aan me vraagt betekent dat jij hier niet bent geboren. En ja hoor, het klopte precies.”

“Ja vroeger. Je kon overal spelen. Op de vuilnisbelt bij Baskensburg. De Rode Kruisbunkers bij de begraafplaats. En de Spuikom niet te vergeten ee. Je struinde overal naartoe.”

“Nog een week en dan ga ik met pensioen. Zag er eerst tegenop. Maar vorig jaar lag ik kantje boord. Dan ga je relativeren. En denken: het leven kan in een zucht voorbij zijn.”

“Ben er trots op dat Vlissingen is uitgegroeid tot grootste evenementenstad van Zeeland. Nu kan ik over mijn eigen tijd beschikken. Sowieso wandelen, want er moet tien kilo af.”

 

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Onno Bakker

Onno Bakker (58). Samenwonend, 2 kinderen. Geboren in Amsterdam. Kwam in 2002 naar Vlissingen vanwege de baan van zijn vriendin. Directeur Cultuurwerf en MuZEEum.

“We wilden weg uit Amsterdam. Ergens naartoe waar we een vakantiegevoel hadden. Een nieuw bestaan. In de Beursstraat konden we een huis kopen. Een veel te groot huis.”

“De dag na onze verhuizing hoorde ik paardenhoeven en rook ik mest. Was het toevallig ringrijden op het Bellamypark. Een mooie herinnering. Bijna surrealistisch voor ons.”

“Ook zo bijzonder als je ’s nachts in je bed de misthoorns en de zware motoren van de schepen hoort. Een ouderwets, melancholisch geluid. Doet me denken aan verre reizen.”

“We hebben nooit hoeven wennen. Vlissingen is open en werelds. Heel anders dan de rest van Zeeland. Een kleine wereldstad in alle opzichten. Kijk eens naar de Scheldestraat.”

“Die straat is een weerspiegeling van kleurrijk Vlissingen. Alle culturen. Dat moeten we koesteren. Ik haal daar vaak boodschappen. Het contact met de mensen is het leukst.”

“Vlissingen is de stad van de lach en de traan. Rafelig. Het is niet af en komt ook nooit af. Ik prijs me nog elke dag gelukkig dat we destijds in Vlissingen zijn komen wonen.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Elly van der Bliek

Elly van der Bliek (72). Samenwonend, 2 zoons. Geboren in Rilland-Bath. Oud-receptioniste. Kwam in 1999 naar Vlissingen toen ze een huisje kon huren op het Zeemanserve.

“Ooit waren het er vijfentwintig. Voor weduwen en wezen van vissers. Nu dertien. Heel stil. Heel rustig. Heel vredig. Ongekend als je die poort doorkomt. Dat is gewoon héérlijk.”

“Er komen vrij veel toeristen hier een rondje maken. Ze verwonderen zich er altijd over. Het gros van de Vlissingers kent dit hofje trouwens ook niet. Laatst weer een echtpaar.”

“Ik kocht destijds meteen een plattegrond. Ging naar het gemeentearchief. Wat denk je dat ik vind? Dat mijn vader hier nog geen vijftig meter vandaan is geboren. Frappant hè?”

“Mijn favoriete plek in Vlissingen is de buitenhaven. Wordt steeds mooier. Ørstad. RWS. Douane. Volop bedrijvigheid. Surveybootjes die de mensen naar de windparken brengen.”

“Ben wel maritiem gericht hoor. Harlingen. Delfzijl. Den Helder. Oostende. Ik ga alles af. Ook airshows in de Benelux. O, héééérlijk is dat, om daar een paar dagen te vertoeven.”

“Een andere hobby is Zeeuwse Loesjes schrijven. Zoals: Als je me zoekt, ik ben in de wolken. Of: Wees jezelf, er zijn al zoveel anderen. Ja absoluut: in Vlissingen kun je jezelf zijn.”

 

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Hans Frommé

Hans Frommé (75), Weduwnaar, 5 kinderen, 6 kleinkinderen. Geboren in Den Haag. “Echt een mooi verhaal hoe ik in 2007 in Vlissingen terecht ben gekomen. Gedropt.”

“Tot 2006 had ik een mini-camping in Portugal. Toen mijn geliefde overleed dacht ik: waar ga ik wonen? Vlissingse vrienden op de camping zeiden: jij hoort in Vlissingen.”

“Ik zei: Huh, Vlissingen? Ja hallo, hallo zeg. Was er nog nooit geweest, maar ik mocht een week in een huis hier verblijven. Het voelde meteen goed. Fantástische stad.”

“Vlissingen lijkt op het Scheveningen van mijn jeugd. Daar is het nu een zootje. Vreselijk. En ook zo druk daar. In Vlissingen passeer ik één stoplicht en dan ben ik thuis.”

“In de Duyvendrechtstraat. Een gezellig straatje. Met een diversiteit aan mensen: alleenstaanden, gezinnen, ouderen, buitenlanders. Beetje Portugees lullen. Dat is leuk.”

“De kleinschaligheid. De kinderen spelen buiten. De rust en de ruimte. Veel fietsen. Ook door Walcheren. En ik ga geregeld naar de Piek. Ja natuurlijk, ik hou van swingen.”

“Vlissingen heeft bij sommigen nog een negatieve uitstraling. Vandaar deze lofzang. Dit is mijn veertiende huis, maar ik zal er weggedragen moeten worden. Niet anders.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Claudia Braet

Claudia Braet (58). Single. Kwam in 1982 voor de liefde naar Vlissingen. Oud-medewerker postkantoor. Werkt nu bij de gemeente Vlissingen. Geboren in Sluiskil.

“Mijn opa was Italiaan en kwam in 1930 in Sluiskil werken. Zijn temperament heb ik van hem. Dat anderen zeggen: doe maar even rustig, dat is je Italiaanse bloed.”

“Reizen is mijn passie. Nu had ik eigenlijk in Japan gezeten. In maart was ik nog op La Gomera. De eerste week van de lockdown. Je mocht alleen een boodschap doen.”

“Hier was dat gelukkig anders. Het eerste wat ik deed bij terugkomst, was wandelen over de boulevard en op een bankje naar de zee kijken. Dan voel je pas die vrijheid.”

“Dan denk ik: gôh, we hebben alles. Je kunt alle kanten op. En Walcheren, hoe mooi is dat. Ook nog veel plekjes die ik niet ken. Laatst zelfs in het Nollebos. Moet je nagaan.”

“Als er iets in de stad is, wil ik erbij zijn. In Vlissingen is er normaal gesproken van mei tot oktober elk weekend wat te doen. Dat is leuk natuurlijk. En voor ieder wat wils.”

“Je merkt dat alles vanzelfsprekend was. Werken doe ik nu vanuit huis. Met de collega’s heb ik contact via Skype. Uit eten gaan en een terrasje pikken is straks echt een uitje.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen