Ik ben Vlissingen

Regelmatig portretteer ik onder mijn twitteraccount @helgeprinsen in zeven tweets een Vlissinger op straat. Wekelijks verschijnt er ook een portret in de Vlissingse Bode.

Hans Tilroe

Hans Tilroe (68). Single. 2 kinderen. Geboren in Vlissingen. Z’n moeder had in Vlissingen een kousenwinkel, zijn vader een kousenkraam. Staat zelf al bijna vijftig jaar op markt.

“Vroeger door heel Zeeland. Nu alleen nog in Goes, Middelburg en Vlissingen. Middelburg is de beste markt. En voor de rest: mensen heb je natuurlijk overal. Ook bijzondere.”

“Alhoewel je die met name in Vlissingen ziet. Om 7 uur ‘s morgens richt ik m’n kraam in en om 8 uur heb ik al drie opvallende Vlissingers gezien. Nee, ik ga niet zeggen wie.”

“De handel in kousen en sokken is niet veel veranderd in die jaren. Behalve kousen dan. Die bestaan nog amper. Zeker niet de zwarte kousen die de Zeeuwse boerinnen droegen.”

“Vlissingen is op de goede weg, vind ik. Er wordt veel gebouwd. Dingen worden eindelijk gerealiseerd, zoals in het Scheldekwartier. Verder weet ik er niet zoveel over te zeggen.”

“Maar ik hou eigenlijk steeds meer van Vlissingen. Met mijn brommertje rijd ik praktisch elke dag over de boulevard, het Eiland, de binnenhaven en dan weer terug naar m’n huis.”

“Heb een bungalow in Paauwenburg. Heel fijn. Een leuke mengelmoes van buren in verschillende soorten woningen. Wat m’n werk betreft: zolang ik me nog goed voel, ga ik door.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Jo Goris

Jo Goris (84). Getrouwd, 2 kinderen. Geboren in Sittard. Kwam als marinekok in 1956 naar Vlissingen. Ontmoette in het Concertgebouw -nu het Arsenaaltheater- zijn vrouw.

“Vanaf toen wilde ik hier blijven. Ze is een echte Vlissingse. Haar vader was schoenmaker De Pagter. Mijn langste tijd was bij Van de Linde in de Walstraat. Als banketbakker.”

“Mijn beroep was mijn hobby. Deed altijd mee aan wedstrijden. Ben vijf keer Nederlands kampioen geweest. Mede daardoor mocht de zaak zich toen hofleverancier noemen.”

“Daarna werd ik patissier bij hotel Britannia. Mijn specialiteit was de ‘Britsoes’. Ook bruidstaarten en kunstwerken van marsepein en suiker. Heb nog plakboeken vol met foto’s.”

“Maar ja, Brit is er niet meer en al jaren is het daar een braakliggend terrein. Begrijp echt niet waarom dat allemaal zo lang moet duren. De boulevard is toch juist onze parel?”

“Gelukkig beginnen ze nu eindelijk aan de Coosje Buskenstraat. Hopelijk wordt de rijrichting vanaf het Scheldeplein ook snel veranderd. Dat je zo rechtdoor naar de zee kunt.”

“Ik hou van tuinieren, biljarten en computeren. Doe alles met mijn iWatch. Er zit zelfs een valpreventie op. Da’s het mooie van deze tijd. Een Apple a day keeps the doctor away.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Annelies van Campenhout

Annelies van Campenhout (61). Single. Geboren in Dongen. Kwam in 1976 naar Vlissingen. Eigenaresse van Aqua-rette die ze, samen met haar broer, van haar ouders overnam.

“Toen we in de Scheldestraat begonnen waren er nog vijf stomerijen in Vlissingen. Nu zijn we eigenlijk de enige. Het aanbod van particulieren is ook een stuk minder dan toen.”

“Dat komt door het materiaal van de huidige kleding. Veel is wasbaar. Weinig zakenpakken nu door de corona. Maar gelukkig lopen de horeca en bedrijven weer een stuk beter.”

“Dit werk geeft veel voldoening. Servetten en tafellakens. Gordijnen. Regenjassen waterdicht maken. En trouwjurken natuurlijk. Altijd leuk. Dan zie je ook meteen wat de mode is.”

“Een keer had een klant een leren jasje gebracht. Vond ik een gouden ketting die kwijt was. Een andere keer een sleuteltje dat de eigenaar al jaren kwijt was. Iets van een kluisje.”

“Om als Brabantse in Zeeland te wonen valt mee hoor. Daar is het wel wat gemoedelijker, maar ik heb het hier hartstikke naar m’n zin. Mijn broer en ik wonen in Lammerenburg.”

“Vooral strand vind ik prachtig. Lekker uitwaaien met storm. Nou, dat was het zo’n beetje denk ik. Nog een wastip? Weinig wasmiddel gebruiken. En nooit wrijven. Altijd deppen.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Jeroen Roelse

Jeroen Roelse (48). Getrouwd, 1 zoon. Geboren in Vlissingen. Tot voor kort wijkagent. Nu werkzaam op het bureau. “Vanwege een ‘Daley Blindkwaal’ ben ik er een halfjaar uitgeweest.”

“Ik ben in de Bonedijkenstraat geboren. Heel mijn jeugd speelde zich in die omgeving af. Kende elk hoekje en gaatje. Mijn beste tijd was de periode dat ik daar in het Middengebied werkte.

“Wat ik daar als jonge agent allemaal heb meegemaakt. Er gebeurde altijd wel wat. Een betere leerschool kun je niet hebben. Er werd gesnoven, gespoten, gestoken en geschoten.”

“Het gaat me aan het hart als ze slecht over Vlissingen praten. Of als er weer een winkel moet sluiten of iets wegbezuinigd wordt. Dat raakt me. Vlissingen is een stad die nooit af is.”

“Vlissingen is het eindpunt. Havenstad. Opvang voor dak- thuislozen. Emergis. Dat betekent veel werk voor ons. Maar meestal voel ik me een hulpverlener in plaats van een agent.”

“Zoals het er nu voorstaat blijft het bureau gelukkig in zijn huidige vorm bestaan en de politie zal op straat blijven werken. Alhoewel de capaciteit tegenwoordig wel een probleem is.”

“Voorheen bestond 75% van het korps uit Vlissingers. Nu is dat nog maar hoogstens 25%. Het mooiste van het politiewerk? Ja, dat is voor mij toch op straat achter die boef aan rennen.”

 

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Koos Willemsen-Minderhoud

Koos Willemsen-Minderhoud (79). Single, 1 dochter. Geboren in Westkapelle. “Mijn ouders hadden een boerderij, maar in de stal kwam ik nooit. Als kind was ik al graag netjes.”

“Ben al jong gaan werken bij Woninginrichting Gabriëlse. Dure meubels zoals Artifort. Twee panden naast elkaar op het Bellamypark. In de gewelven stonden de klassieke merken.”

“Na een aantal jaren kreeg ik een baan bij damesmodezaak Berco. Woonde erboven. Zag de schepen boven de Scheldemuur uitkomen. De tv-antenne stoorde vaak door de kranen.”

“In de winkel vond ik het altijd het leukst om de klanten aan te kleden. Wist ook meestal wat ze in de kast hadden hangen. Dan zei ik: dat kun je leuk combineren met dat en dat.”

“Dat is wel een talent van me. Ik was altijd eerlijk over hoe het stond. Daar win je juist klanten mee. Nog steeds ben ik helemaal weg van stofjes en alles wat daarbij komt kijken.”

“Al mijn kleding maak ik zelf. Ik hou van bezig zijn. In mijn tijd bij Berco heb ik allerlei aktes behaald zoals textiele werkvormen. Daarna kon ik les gaan geven op het Deltacollege.”

“En heb ik al verteld over beeldhouwen en edelsmeden? Ook allemaal gedaan. Zo fijn om dat te kunnen. 42 jaar hard gewerkt. En nog steeds gelukkig als ik creatief bezig kan zijn.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Pieter de Nooijer

Pieter de Nooijer (41). Getrouwd, 2 kinderen. Geboren in een bekende Vlissingse visserfamilie. “De mannen heten allemaal Pieter. Mijn vader, ikzelf en mijn zoon van dertien.”

“De VLI-27 is van ons. Samen met de VLI-25 van mijn neef zijn dat nog de enige twee Vlissingse viskotters. Vijf dagen met vijf man vissen aan de Hollandse en Belgische kust.”

“Alleen op tong en garnalen. En na een week is het altijd fijn als we de skyline van Vlissingen weer zien. Soms slepen we zelfs nog garnalen als we langs de boulevard varen.”

“Vlissingen is een mooie stad hè. Je wilt toch nergens anders wonen? Vlissingen zit in je. Hoef ook niet op vakantie. Pfff, ik moet er niet aan denken zelfs. Met dat vliegen en al.”

“Alleen in het weekend heb ik een beetje vrije tijd. Rondje door de stad. Soms naar een terrasje. En sowieso ga ik ook elke dag nog naar de boot. Daar is altijd wel wat te doen.”

“Voor Pietertje heb ik dat oude sloepje daar gekocht en het de VLI-23 genoemd. Zo leert hij in de praktijk knopen te leggen en netten te boeten. Ja, met de paplepel ingegoten.”

“Nou, hij heeft inderdaad maar één interesse: boten, boten, boten. Hij zou zelfs nu al op z’n eentje met de VLI-27 kunnen uitvaren. Z’n overgrootvader Lein zou trots zijn geweest.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Thomas Zanders

Thomas Zanders (27). Latrelatie. Geboren in Vlissingen. Als zelfstandig ondernemer werkzaam bij de Lasloods. Studeerde af bij de HZ-opleiding Aquatische Ecotechnologie.

“Maar ik doe helemaal niks met m’n diploma. Heb het liefst gereedschap in mijn hand. Tijdens mijn studie werkte ik al bij de Timmerfabriek. Heb er zelfs vijf jaar gewoond.”

“Dat weet bijna niemand. Een jongensdroom natuurlijk. We hebben daar een complete studio gebouwd met keuken, douche en alles. Aan het oog onttrokken. Voor bewaking.”

“Heel apart om daar ‘s nachts alleen te zijn. In het begin lag ik niet echt rustig in m’n bed. Rammelende ramen. Gebons op de deuren. Gierende wind. Gekrijs van meeuwen.”

“Zoals veel jongeren wilde ik eerst weg uit Vlissingen. Heb het in de Randstad maar een halfjaar volgehouden. Het werk wat ik nu hier doe is het leukste wat ik kan bedenken.”

“Begon het tien jaar geleden voor mij als een speeltuin, inmiddels kan ik mijn hypotheek er goed van betalen. Alles uit de Timmerfabriek hebben we voortgezet in de Lasloods.”

“Dus ook het pop-up-restaurant van Michel Louws en zijn team. Door de corona is dat twee maanden later opengegaan dan gepland, maar gelukkig is de zomer nog niet voorbij.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Rina Meerman – de Nooijer

Rina Meerman – de Nooijer (77). Weduwe, 2 kinderen. Geboren in Yerseke. “Maar ik ben een rasechte Vlissingse hoor. Mijn moeder moest daar bevallen vanwege de oorlog ee.”

“Ik woon al 57 jaar op de Piet Heinkade. M’n man kwam uit Arnemuiden. Draglinemachinist. Later werkte hij op de Olau Line. Ben hier nooit meer weggegaan. Een superplekje.”

“Iedereen op het ‘Eiland’ wil blijven. Als het te warm is, zoals nu, zitten we altijd met wat buurtjes op de stoep in de schaduw. En anders aan de achterkant. Soms wel tot oktober.”

“Nee, naar het strandje ga ik niet meer. Twee nieuwe knieën. Al dat gesleep met die stoelen. Een echt buurtstrandje ee. De kinders van de ouwe garde kommen ook nog altijd.”

“Vanuit m’n woonkamer zie je van alles. De sluizen. De jachten van Amels. De vissersschepen die op zondagavond uitvaren. Er is altijd bedrijvigheid. Het verveelt gewoon nooit.”

“O, ik zou niet graag weg willen uit Vlissingen. Heb ook al járen m’n vaste adresjes: m’n kapster Tonia, bakker Bliek, Van der Pol, Patachou. Ja, ik ben wel van de nieuwe shirtjes.”

“Nou, verder zou ik het eigenlijk niet weten. We zitten hier hele dagen. Kijk, ook nog de waterpolitie voor de deur. Stik vriendelijk. Dus wat wil een mens nog meer. Niks toch?”

 

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Nico ‘Nicolientje’ Louwerse

Nico ‘Nicolientje’ Louwerse (68). Single. Geboren in Oost-Souburg. “Mijn vader was Zeeuw. Hij ontmoette mijn moeder in Soerabaja. Na de oorlog, tijdens de politionele acties.”

“Mijn voetstapjes lopen van Souburg naar Vlissingen. Zelfs met regen en storm moest ik naar Toko Mampirrrr voor boodschapjes. Thuis voelde ik me altijd het zwarte schaap.”

“Je moet ook niet over homo en lesbisch praten. Dan laat je gewoon iedereen in z’n waarde. Vroeger liep ik altijd in sarong. Ja ook op m’n fluitje blazen en ‘spetterrrrr’ roepen.”

“Dan kon ik los en vrij zijn. Was ik gelukkig. Zo happy als een kalfje of een veulentje. Maar nu ben ik ouder en heeft mijn badan, mijn lichaam, een klap gekregen door de ischias.”

“Bijna iedereen kent mij in Vlissingen. Er zijn er ook die het niet kunnen hebben dat ik een vreemde vogel ben. Maar binnenblijven is niet goed. Daarom ga ik er lekker opuit.”

“Om niet eenzaam te zijn. Eerst altijd naar Thee & Leut van Emergis. Dat is waar de Lidl stond. Daarna loop ik met m’n rollator meestal naar de stad. Kletsen bij de dierenwinkel.”

“De zomer zit in mijn bloed. Wij Indonesiërs voelen ons dan senang. Hee hallo Emiel…Kijk dat bedoel ik nou.. Die ken ik nog van zondagschool. Gewoon iemand die me groet.”

(Toeval bestaat niet. Een paar uur na het interview was er een ontploffing in de woning onder Nico. Via de ladder is hij -licht gewond- uit zijn huis gehaald en heeft hij een nacht in het ziekenhuis gelegen. Daarna is er opvang voor hem geregeld.)

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Jules van Gehlen

Jules van Ghelen (74). Getrouwd, 3 kinderen. Geboren in Heerlen. Woont nu in Rotterdam, maar komt al vanaf 1964 naar Vlissingen met zijn draaiorgel. Jules was toen 17 jaar.

“Ben erin opgegroeid. Op school heb ik nooit gezeten. Kan niet lezen, schrijven of rekenen. Tellen wel. Ja, je doet het op je eigen manier. Je hebt er eigenlijk geen erg meer in.”

“Vroeger draaide je met de hand. Kijk maar naar m’n tennisarm. Nu wordt het orgel aangedreven door een motor. De muziekboeken worden allemaal met de computer gemaakt.”

“Die zijn niet meer te tellen. Ik vind alle draaiorgelmuziek mooi. Ja, het orgel zit in je. Ik zou niet meer zonder kunnen. Vandaag zijn we hier weer voor het eerst na de corona.”

“We zeiden tegen elkaar: we gaan gewoon naar Vlissingen. Je hebt de ontheffing, dus je blijft komen hè. Vroeger elke week. Nu elke veertien dagen. Heel veel reacties vandaag.”

“We lopen in Vlissingen alleen rondjes in de binnenstad. Elke vijf minuten moet je verkassen. Nee, in de Scheldestraat mag het niet meer. Omdat die ‘buiten het centrum’ valt.”

“Kijk, ik mag dan wel geen Vlissinger zijn, maar je kunt toch wel zeggen dat mijn draaiorgel na al die jaren bij Vlissingen hoort. En zolang het nog gaat, blijf ik hier ook komen.”

Geplaatst in Ik ben Vlissingen