Ik ben Vlissingen

Regelmatig portretteer ik onder mijn twitteraccount @helgeprinsen in zeven tweets een Vlissinger op straat. Wekelijks verschijnt er ook een portret in de Vlissingse Bode.

Enya van der Horst

Enya van der Horst (30). Single. Geboren in Vlissingen. Serveerster bij het Sintjacobscafé. Tatoeëerder. Kunsthistorica. Studeerde in Leiden af op het onderwerp tatoeages.

“Als kind was ik er al door geboeid. Vroeger was het iets van de zeemannen. Ik vind het interessant om te zien hoe deze kunstvorm steeds normaler wordt gevonden.”

“Tatoeages zijn van alle eeuwen. Wist je dat tussen 1800 en1900 ook veel adellijke dames zich, uit exhibitionisme, lieten tatoeëren op verborgen delen van hun lichaam?”

“De dagen dat ik vrij heb, besteed ik aan tekenen, ontwerpen en het ontwikkelen van mijn techniek. Stilzitten kan ik niet goed. Vakantie? Nee, nee. Werken, werken, werken.”

“Mijn droom is een eigen tattooshop. Vanaf de middelbare school zeggen ze al: daar kun je je brood niet mee verdienen. Misschien waar, maar als je iets graag wilt, dan doe je het.

“Dus na de zomer open ik hier aan de Oude Markt een privé-studio. Niet een waarvan de drempel hoog ligt, maar een fijne zaak waarin iedereen zich op zijn gemak kan voelen.”

“In Vlissingen is niks te gek. Je kunt helemaal jezelf zijn. Wel lijkt het me belangrijk dat we meer jongeren gaan trekken. Want de jongere generatie is de toekomst van onze stad.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Fred Borgs

Fred Borgs (65). Getrouwd, 2 kinderen. Geboren in Vlissingen. “De zevende van acht kinderen. Net geen kakkenestje.” Evenementencoördinator bij de gemeente Vlissingen.

“De spin in het web. Die functie heb ik zelf gecreëerd. Evenementen bestonden er in 1995 amper. Rond de zestig. Van klein naar groot. Op het hoogtepunt waren dat er 666!”

“Grootste uitdaging is dat je de baas bent zonder de baas te spelen. Ik ben een Vlissinger en versta de taal hè. Ben altijd blij als mensen zeggen dat ik geen ambtenaar ben.”

“Iemand vroeg eens aan mij of ik óók uit Vlissingen kwam. Ik zei: nou, het feit dat je dat aan me vraagt betekent dat jij hier niet bent geboren. En ja hoor, het klopte precies.”

“Ja vroeger. Je kon overal spelen. Op de vuilnisbelt bij Baskensburg. De Rode Kruisbunkers bij de begraafplaats. En de Spuikom niet te vergeten ee. Je struinde overal naartoe.”

“Nog een week en dan ga ik met pensioen. Zag er eerst tegenop. Maar vorig jaar lag ik kantje boord. Dan ga je relativeren. En denken: het leven kan in een zucht voorbij zijn.”

“Ben er trots op dat Vlissingen is uitgegroeid tot grootste evenementenstad van Zeeland. Nu kan ik over mijn eigen tijd beschikken. Sowieso wandelen, want er moet tien kilo af.”

 

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Onno Bakker

Onno Bakker (58). Samenwonend, 2 kinderen. Geboren in Amsterdam. Kwam in 2002 naar Vlissingen vanwege de baan van zijn vriendin. Directeur Cultuurwerf en MuZEEum.

“We wilden weg uit Amsterdam. Ergens naartoe waar we een vakantiegevoel hadden. Een nieuw bestaan. In de Beursstraat konden we een huis kopen. Een veel te groot huis.”

“De dag na onze verhuizing hoorde ik paardenhoeven en rook ik mest. Was het toevallig ringrijden op het Bellamypark. Een mooie herinnering. Bijna surrealistisch voor ons.”

“Ook zo bijzonder als je ’s nachts in je bed de misthoorns en de zware motoren van de schepen hoort. Een ouderwets, melancholisch geluid. Doet me denken aan verre reizen.”

“We hebben nooit hoeven wennen. Vlissingen is open en werelds. Heel anders dan de rest van Zeeland. Een kleine wereldstad in alle opzichten. Kijk eens naar de Scheldestraat.”

“Die straat is een weerspiegeling van kleurrijk Vlissingen. Alle culturen. Dat moeten we koesteren. Ik haal daar vaak boodschappen. Het contact met de mensen is het leukst.”

“Vlissingen is de stad van de lach en de traan. Rafelig. Het is niet af en komt ook nooit af. Ik prijs me nog elke dag gelukkig dat we destijds in Vlissingen zijn komen wonen.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Elly van der Bliek

Elly van der Bliek (72). Samenwonend, 2 zoons. Geboren in Rilland-Bath. Oud-receptioniste. Kwam in 1999 naar Vlissingen toen ze een huisje kon huren op het Zeemanserve.

“Ooit waren het er vijfentwintig. Voor weduwen en wezen van vissers. Nu dertien. Heel stil. Heel rustig. Heel vredig. Ongekend als je die poort doorkomt. Dat is gewoon héérlijk.”

“Er komen vrij veel toeristen hier een rondje maken. Ze verwonderen zich er altijd over. Het gros van de Vlissingers kent dit hofje trouwens ook niet. Laatst weer een echtpaar.”

“Ik kocht destijds meteen een plattegrond. Ging naar het gemeentearchief. Wat denk je dat ik vind? Dat mijn vader hier nog geen vijftig meter vandaan is geboren. Frappant hè?”

“Mijn favoriete plek in Vlissingen is de buitenhaven. Wordt steeds mooier. Ørstad. RWS. Douane. Volop bedrijvigheid. Surveybootjes die de mensen naar de windparken brengen.”

“Ben wel maritiem gericht hoor. Harlingen. Delfzijl. Den Helder. Oostende. Ik ga alles af. Ook airshows in de Benelux. O, héééérlijk is dat, om daar een paar dagen te vertoeven.”

“Een andere hobby is Zeeuwse Loesjes schrijven. Zoals: Als je me zoekt, ik ben in de wolken. Of: Wees jezelf, er zijn al zoveel anderen. Ja absoluut: in Vlissingen kun je jezelf zijn.”

 

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Hans Frommé

Hans Frommé (75), Weduwnaar, 5 kinderen, 6 kleinkinderen. Geboren in Den Haag. “Echt een mooi verhaal hoe ik in 2007 in Vlissingen terecht ben gekomen. Gedropt.”

“Tot 2006 had ik een mini-camping in Portugal. Toen mijn geliefde overleed dacht ik: waar ga ik wonen? Vlissingse vrienden op de camping zeiden: jij hoort in Vlissingen.”

“Ik zei: Huh, Vlissingen? Ja hallo, hallo zeg. Was er nog nooit geweest, maar ik mocht een week in een huis hier verblijven. Het voelde meteen goed. Fantástische stad.”

“Vlissingen lijkt op het Scheveningen van mijn jeugd. Daar is het nu een zootje. Vreselijk. En ook zo druk daar. In Vlissingen passeer ik één stoplicht en dan ben ik thuis.”

“In de Duyvendrechtstraat. Een gezellig straatje. Met een diversiteit aan mensen: alleenstaanden, gezinnen, ouderen, buitenlanders. Beetje Portugees lullen. Dat is leuk.”

“De kleinschaligheid. De kinderen spelen buiten. De rust en de ruimte. Veel fietsen. Ook door Walcheren. En ik ga geregeld naar de Piek. Ja natuurlijk, ik hou van swingen.”

“Vlissingen heeft bij sommigen nog een negatieve uitstraling. Vandaar deze lofzang. Dit is mijn veertiende huis, maar ik zal er weggedragen moeten worden. Niet anders.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Claudia Braet

Claudia Braet (58). Single. Kwam in 1982 voor de liefde naar Vlissingen. Oud-medewerker postkantoor. Werkt nu bij de gemeente Vlissingen. Geboren in Sluiskil.

“Mijn opa was Italiaan en kwam in 1930 in Sluiskil werken. Zijn temperament heb ik van hem. Dat anderen zeggen: doe maar even rustig, dat is je Italiaanse bloed.”

“Reizen is mijn passie. Nu had ik eigenlijk in Japan gezeten. In maart was ik nog op La Gomera. De eerste week van de lockdown. Je mocht alleen een boodschap doen.”

“Hier was dat gelukkig anders. Het eerste wat ik deed bij terugkomst, was wandelen over de boulevard en op een bankje naar de zee kijken. Dan voel je pas die vrijheid.”

“Dan denk ik: gôh, we hebben alles. Je kunt alle kanten op. En Walcheren, hoe mooi is dat. Ook nog veel plekjes die ik niet ken. Laatst zelfs in het Nollebos. Moet je nagaan.”

“Als er iets in de stad is, wil ik erbij zijn. In Vlissingen is er normaal gesproken van mei tot oktober elk weekend wat te doen. Dat is leuk natuurlijk. En voor ieder wat wils.”

“Je merkt dat alles vanzelfsprekend was. Werken doe ik nu vanuit huis. Met de collega’s heb ik contact via Skype. Uit eten gaan en een terrasje pikken is straks echt een uitje.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Saïd Bouzambou

Saïd Bouzambou (30). Geboren in Vlissingen. Zaalvoetbalinternational. Speelt in het Nederlandse zaalvoetbalteam. Werkt als sportcoördinator bij de gemeente Vlissingen.

“Ik ben de negende van tien kinderen. Veel verwend vroeger. Het fijnste is samen zijn. Samen eten. Voor een betere toekomst zijn mijn ouders uit Marokko vertrokken.”

“Dat had ik altijd in mijn achterhoofd toen ik op Scheldemond zat. Wat wil ik doen? Wat wil ik worden? Geweldige leraren. Ook levenslessen. Leren omgaan met tegenslagen.”

“Samen met mijn broer en wat vrienden hebben we Groene Ster opgericht. Al heel snel zaten we in de eredivisie. Tegenwoordig speel ik bij Hovocubo, de landskampioen.”

“Normaal gesproken reis ik veel vanwege de voetbal. Zes keer trainen. Maar nu skate ik. Dat kan in Vlissingen heerlijk. Over de boulevard tot aan Dishoek. Langs de kust.”

“En vanwege de ramadan pas na zonsondergang eten en drinken. Ook geen water overdag. Je lichaam went daaraan. Een mentale boost. Geloof maakt een mens sterker.”

“Ik probeer een voorbeeld voor de jongens te zijn. Door zaalvoetbal kun je de hele wereld zien. Als je ergens een passie voor hebt, liggen de kansen voor het oprapen.”

 

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Kees Dieleman

Kees Dieleman (64). Single, 1 dochter. Geboren in Wolphaartsdijk. Kwam in de jaren zeventig naar Vlissingen. “Er was hier veel te doen. Gezelligheid en vrienden.”

“Veel drugs. Maar dat was normaal toen. Iedereen zat aan de pep. Later aan de heroïne geraakt. Nu methadon. Nog meer verslavend, maar het geeft wel stabiliteit.”

“Vanaf 1993 woon ik in de Hendrikstraat. Samen met mijn hond Tischa, een Amerikaanse Stafford. Dat blaffen is alleen maar stoerdoenerij hoor. Schat van een beest.”

“Ik heb het altijd wel naar m’n zin gehad eigenlijk. Maar je maakt van alles mee natuurlijk. Bijna alle vrienden zijn dood. Ik ben een van de laatsten van die oude scene.”

“Dat komt ook omdat ik af en toe werkte. Als matroos of bootsman. Grote handelsvaart. Nu help ik zaterdags bij de groentekraam van Korstanje. Beetje opruimen enzo.”

“Vlissingen heb ik altijd een leuke stad gevonden. De zee hè. Het havengebied. Of de langste bank op de glooiing. Daar zit ik altijd wel een paar uurtjes. Lekker relaxed.”

“Maar nu met die coronadinges loop ik meestal naar het strand en de duinen. De hond vindt dat ook fijn. Vooral laatst, toen de zon scheen. Het leek net vakantie jôh.”

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen

Rianda Wisse

Rianda Wisse (52). Samenwonend, 2 kinderen. Boerendochter. Geboren in Ritthem. Woont in Paauwenburg. Is al vijfendertig jaar verkoopmedewerkster bij de Hema.

“Er wordt wel eens tegen me gezegd: Rianda ís Hema. Ja, hoe zal ik het zeggen. Een oerhollands en heerlijk bedrijf. Afwisselend met de klanten en al onze artikelen.”

“Er zijn wel dingen veranderd. Minder personeel. Geen losse koekjes, vleeswaren en gebak meer. En we hebben geen bovenverdieping meer zoals in het oude gebouw.”

“Dat is in de jaren negentig gesloopt toen de Fonteyne werd gebouwd. Links was die doorgang naar de Oude Markt, weet je nog wel. Nu moet je omlopen of via de roltrap.”

“Maar Vlissingen is geweldig hè. Ik woon vijf minuten van het strand. Heerlijke wandeling. En zomers fietsen naar ons strandhuisje in Dishoek. Dat is mijn ideale vakantie.”

“Ik hoop dat Vlissingen meer geliefd raakt bij mensen van buitenaf. Dan zeggen ze: wat moet je dáár nu doen? Dat doet gewoon zeer. Want we hebben zoveel moois toch?”

“O mevrouw, komt u maar hier hoor. Dit zijn zelfscankassa’s. Het gebruikte mandje kunt u daar zetten. Dan de artikelen scannen. En nu uw pasje erlangs halen. Ziet u wel.”

Geplaatst in Ik ben Vlissingen

Okke ‘Ko’ Soolsma

Okke ‘Ko’ Soolsma (93). Weduwnaar, 3 zoons. Geboren in Vlissingen. Telg uit een bekende Vlissingse horecafamilie. Oud-eigenaar van het gelijknamige verhuurbedrijf.

“Ik heb alleen maar lagere school. Werkte eerst op de Schelde. Ben in 1960 begonnen met m’n zaak. Tafels. Stoelen. Glaswerk. Serviesgoed. Ledikantjes voor toeristen.”

“In het begin ook Hoover wasmachientjes. Fl 1,75 per dag. Met wringer. Die moest je soms driehoog naar boven sjouwen. Later ben ik ook nog auto’s gaan verhuren.”

“Had grote klanten als de Schelde, de PTT, Hoechst, Pechiney. Vreemde talen sprak ik niet, maar ze verstonden me altijd. Dertig jaar geleden heb ik de zaak overgedaan.”

“Mijn ouders hadden café ‘Scheepjesbrug’ op de Koningsweg. Spelen deed ik overal. Putten graven op het strand. Krant erover. Zand erover. En dan kijken wie er inliepen.”

“Of ik huurde met vriendjes een step bij een antiekzaak in de Noordstraat. Vijf cent per uur. Dan reden we om de beurt een rondje. Nee, steppen doe ik niet meer, wel lopen.”

“Elke dag over de boulevard. Ik ben nog gezond. Woon samen met mijn zoon. En ik voel me zôh verbonden met deze stad. Ja, ik ben een echte grote fan van Vlissingen.”

 

Geplaatst in Ik Ben Vlissingen